Eigenlijk bestaan de meeste van deze blogs vooral om mijn bewondering uit te drukken voor de modellen die met mij willen samenwerken.

Het begon met een verregend half A4-tje: een oproep bij het bushokje. En zij reageerde; een meisje van 15, onzeker over alles dat ze was tegenover haar leeftijdsgenoten, maar blijkbaar dapper genoeg om mij te benaderen. Het meest aantrekkelijke dat je kunt hebben, is zelfverzekerdheid.

Ze had iets met motoren, tennis en zwemmen. Haar moeder ging akkoord. Tijdens de eerste shoot bleek ze een natuurtalent: alles wat ze deed, klopte op de foto. En mooi dat ze was! Mijn vrouw grapte al dat ze geen andere schoondochter zou willen.

Na weken belde ze om nog eens samen te werken. Maar er was iets gebeurd. Bij haar grootste hobby, zwemmen, was ze aangerand door meerdere jongens Onder de douche. Nog dagen later kon je hun slagen op haar billen zien. School schorste hen voor één dag; daarna moest ze hen weer gewoon onder ogen zien.

De shoot voelde heel vertrouwd. Maar we hadden veel te weinig licht, en ik was boos. Ziedend eigenlijk. Maar wat kon ik doen? Behalve de werkelijkheid laten zien? En hoe dan?

Toen kwam die ene foto voorbij, waarvan je intuïtief weet dat alles er in zit. Maar mijn reguliere schilderstijl is te hard om deze kwetsbaarheid uit te drukken. Ik vond een dunne, papierachtige katoenen zak die ik erover zou kunnen trekken om het beeld zachter te maken. Maar die stof trok direct vuil aan. Gewenste kwetsbaarheid werd ongewenste kwetsbaarheid. Schoonheid werd aankomend verval. Dat was niet de bedoeling. Dit werk moest niet gaan over het verval van de schoonheid, maar om de breekbaarheid ervan, en wat er gebeurt als je het schendt, onteert en vernedert…

Schoonheid is kwetsbaar. Maar waarom zou verval inherent zijn? Ik ken prachtige, sexy vrouwen, die veel ouder zijn dan ik, maar die hun meisjesachtigheid nog lang niet zijn verloren. Vrouwen zijn magisch. Oma’s kunnen bakvissen zijn, jonge hindes dragen vaak een verleden. Hoe verbeeld je dat?

In ieder geval moest er een lijst omheen. Met museumglas. En ruimte, om de kreukels in de stof te laten. En ter bescherming. Omdat ik zelf niet mag, met een afgebroken biljartkeu in mijn hand, wachtend in het fietsenhok van school…